Analoog portret op middenformaat en met flits

Posted on
Portretfotograaf

Ik zag het als een uitdaging en als een test: een portret maken van mijn dochter (dat is op zich een uitdaging), analoog (dat wil zeggen, met zwart wit negatieffilm), op middenformaat (waardoor het hele proces veel trager verloopt) en met flits (dat was het test-gedeelte).

Portret

Een portret maken is altijd een uitdaging. Het is en blijft een wisselwerking – een geven en nemen – van twee partijen: de geportretteerde en de fotograaf. Voor dit portret wou ik een beeld maken van mijn dochter zoals ze nu is: jong, stralend, de wereld ontdekkend, nieuwsgierig naar wat komen gaat. Met 17 lentes (nou, dat is voor discussie vatbaar, want ze werd geboren in het zuidelijk halfrond tijdens wat toen daar de herfst was) staat ze op drempel van volwassenheid.

Portret van Myrte Doom

Analoog

Voor het beeld dat ik van mijn dochter wou maken, koos ik voor de “trage” manier van werken: met een analoge camera. In dit geval een Mamiya 645 pro TL, een middenformaatcamera.

De beelden werden gemaakt met Kodak Tmax100. Een zwartwitfilm met kleine korrel en mooi contrast. Het trage aan analoog is dat je heel de tijd goed moet nadenken over je beeld. Je moet in feite previsualiseren wat het resultaat gaat zijn dat je wil. Je moet echt vooruitdenken. Een beeld maken en snel even alles controleren van dat gemaakte beeld – zoals digitaal – is onmogelijk.

Er zijn veel zaken die je moet nagaan voor de opname: in houdelijk is er het beeldkader (hoe staat de persoon in het beeldkader), de pose (wat is de houding) en uitstraling (hoe komt de persoon over). Technisch moet alles ook doordacht gebeuren: welk brandpuntsafstand gebruik ik (voornamelijk 150mm voor portretten op middenformaat), staan sluitertijd en diafragma juist, etc .

Portret van Myrte Doom

Flits

De bijkomende moeilijkheid – noem het uitdaging – was om te werken met flits.

Daardoor moest ik niet alleen het licht heel goed uitmeten over heel het beeldkader, maar moest ik ook heel goed nadenken en gebruik maken van mijn ervaring in de (digitale) fotografie om mijn lichten te plaatsen zodat ik precies kreeg wat ik wou. Want flitslicht is helemaal anders dan continu licht. Ik kon namelijk niet testen of mijn flitslicht goed stond of niet. Ik kon geen beeld maken (zoals bij digitale fotografie) en nakijken of het flitslicht goed viel op mijn portret.

De pilootlichten van mijn flitsen (Profoto B10) waren niet straf genoeg om het aanwezige licht in mijn eetplaats te overtreffen. Alles moest dus goed doordacht gebeuren. Vandaar dat ik tijd nodig had om alles te previsualiseren voor ik een beeld maakte.

Voor de beelden gebruikte ik 2 flitsen: 1 hoofdflits (sommige met octagonale softbox, 2 beelden met rechstreeks licht) en 1 tegenlicht/invulflits. Beide lichten uitmeten en balanceren vroeg het meeste tijd.

Gelukkig heb ik een geduldige dochter.

Scan

Na de opnamen kon het ook nog fout lopen. Wanneer je een analoog beeld maakt ben je nooit zeker van je resultaat voordat je succesvol de film op een spoel aangebracht hebt en in de ontwikkeltank geplaatst hebt, de film succesvol ontwikkeld hebt, de film mooi gedroogd is en uiteindelijk gescand is.

Eens dat allemaal gelukt is, kan je je over het resultaat uitspreken.

Leave a Reply